Landauer

Een Landauer is een type geveerde koets waarvan het dak in twee helften, één naar voren en één naar achteren, neergeklapt kan worden. Op deze wijze krijg je een naast een dichte koets een half open of open koets en maakt deze koets zeer geschikt voor ieder weertype.

Landauer, foto Bert Heeren

Vier passagiers kunnen vervoerd worden en deze zitten op twee naar elkaar toe gekeerde banken, waardoor ze met het gezicht naar elkaar zijn toe gekeerd (vis-a-vis). De passagiers rijden bij droog weer in de open lucht en zijn zichtbaar voor de mensen op straat.

De Landauer stamt af van de Berline en werd populair vanaf de 19de eeuw, eerst in Engeland en pas later in continentaal Europa. Toen koetsen in het begin van de 20e eeuw gemotoriseerd werden bleef aanvankelijk het carrosserietype ‘landau’ gehandhaafd, en de naam ging later over naar het autotype Landaulet.

Het rijtuigtype is naar men aanneemt genoemd naar de Duitse stad Landau in der Platz omdat zij daar gemaakt werden. Het type landauer dat nog steeds in Wenen gebruikt wordt, wordt ‘fiaker’ genoemd. Ze bestaan zowel in luxe ‘gala’ uitvoeringen als eenvoudigere uitvoeringen voor de burgerij.

Een landauer kan getrokken worden door een twee- of een vierspan dat door een koetsier wordt gemend.

N.B. de Stichting Haagsche Rijtour heeft haar uiterste best gedaan om de eigenaren van de foto’s en teksten over deze koets te benaderen voor toestemming van gebruik van deze gegevens. Het is ons helaas niet gelukt. Mocht u daarover contact willen opnemen, richt u zich dan tot deze Stichting.